Twee groepen schrijven mij over de nieuwe twintigjarige vrijstelling vaker dan alle anderen. De eerste zijn Turkse staatsburgers die al jaren of decennia in Nederland, België of Duitsland wonen en nadenken over een definitieve terugkeer. De tweede zijn buitenlanders die al eens in Turkije woonden, velen tussen 2022 en 2024, vertrokken en nu terug willen. Beide denken dat de vrijstelling voor anderen is geschreven, en ik begrijp waarom. Voor velen klopt dat niet; de wet trekt wel een lijn door beide groepen, en die lijn loopt door kalenderjaren die al voorbij zijn.
Deze pagina past art. 20/D van de wet op de inkomstenbelasting en circulaire nr. 333 toe op mensen met een Turks verleden. De regel zelf en wat ze vrijstelt, staat in Turkije 20 jaar belastingvrij: wat artikel 20/D echt regelt, de aanvraagprocedure in de vrijstellingsverklaring aanvragen. Hier gaat het om de engere vraag: houdt uw eigen geschiedenis de deur open, en wat valt er aan het deel van die geschiedenis nog te veranderen?
Bronnen, gecontroleerd op 16 september 2026: wet op de inkomstenbelasting nr. 193, art. 20/D en art. 3, 4, 5, 7 en 23, geconsolideerde tekst op mevzuat.gov.tr; inkomstenbelastingcirculaire nr. 333, Staatsblad nr. 33300 van 4 juli 2026, art. 3 tot en met 6 en voorbeelden 1 tot en met 13; wet nr. 7582, art. 14, Staatsblad nr. 33270 van 4 juni 2026; burgerlijk wetboek nr. 4721, art. 19 tot en met 21; wet op de bevolkingsdiensten nr. 5490, art. 50 tot en met 52.
Nationaliteit is geen voorwaarde
Art. 20/D spreekt over natuurlijke personen die in Turkije gevestigd zijn. Nationaliteit noemt het niet, en de circulaire voegt geen eis toe. Een Turk die na dertig jaar in Rotterdam terugkeert, staat er precies zo voor als een Nederlander of Canadees die nooit in Turkije was, zolang de drie jaren schoon zijn.
Op één plek speelt nationaliteit toch een rol, en wel in het nadeel van Turken. Art. 5 zegt dat bepaalde buitenlanders ook bij meer dan zes maanden verblijf niet als gevestigd gelden: wie voor een bepaalde tijdelijke opdracht komt, en wie komt voor studie, medische behandeling, rust of reizen. Die bepaling geldt alleen voor buitenlanders. Een Turkse staatsburger die meer dan zes maanden van een kalenderjaar in Turkije doorbrengt, kan niet aanvoeren dat het een lange vakantie was. Voor de terugkeerder is dat meestal gunstig, omdat de vestiging makkelijk te bewijzen is. Wie eerst "een jaartje wil proberen", kan met dat proefjaar zelf de vestiging veroorzaken.
De driejarige terugblik bij een Turks verleden
De voorwaarde is voor iedereen gelijk: in de drie kalenderjaren vóór het vestigingsjaar mag u in Turkije geen woonplaats en geen belastingplicht hebben gehad. Voorbeeld 4 van de circulaire past precies op terugkeerders: iemand met woonplaats in Turkije in 2022 vertrekt op 10.11.2024 en verplaatst in 2027 de woonplaats terug. De verklaring wordt geweigerd, omdat de persoon in 2024 in Turkije gevestigd was en 2024 in het venster valt.
Daaruit volgen twee dingen. Ten eerste telt het vertrekjaar als een jaar in Turkije, ook bij vertrek in november. Ten tweede wordt per kalenderjaar geteld; het vroegste terugkeerjaar met vrijstelling ligt daarom vier kalenderjaren na het laatste jaar van vestiging.
| Laatste kalenderjaar van vestiging in Turkije | Schone jaren nodig | Vroegst begunstigd vestigingsjaar | Aanvraagtermijn |
|---|---|---|---|
| 2022 of eerder | 2023, 2024, 2025 | 2026 | 31.12.2026 (bij november of december 28.2.2027) |
| 2023 | 2024, 2025, 2026 | 2027 | 31.12.2027 |
| 2024 | 2025, 2026, 2027 | 2028 | 31.12.2028 |
| 2025 | 2026, 2027, 2028 | 2029 | 31.12.2029 |
De tabel gaat ervan uit dat er in de schone jaren niets anders gebeurde. De volgende delen gaan over wat er wél gebeurt.
Eén grens van de tekst meteen erbij. Voorbeeld 4 gaat over vertrek in november. Hoe een jaar telt waarin de Turkse woonplaats al in januari of februari werd opgegeven, zegt de circulaire niet. Volgens de tekst van art. 4 bestond de woonplaats in een deel van dat jaar; ik zou ermee rekenen dat dat jaar meetelt.
Woonplaats: het achtergelaten adres
Het vaakst voorkomende probleem van terugkeerders is geen baan of bedrijf, maar een adres. Veel mensen die decennia geleden vertrokken, hebben het Turkse bevolkingsregister nooit bijgewerkt; daar staat nog het huis van de ouders in Konya of Kayseri.
De juridische maatstaf voor woonplaats staat in het burgerlijk wetboek, niet in het register. Art. 19 definieert de woonplaats als de plaats waar iemand verblijft met het voornemen daar duurzaam te blijven, en niemand heeft er meer dan één. Art. 20 voegt toe dat een woonplaats alleen verandert door een nieuwe te vestigen. Wie twintig jaar in Den Haag woont en werkt, heeft zijn woonplaats in Den Haag, wat het register ook zegt.
Het register telt toch, want de belastingdienst ziet het eerst. Art. 50 van de wet op de bevolkingsdiensten legt de schriftelijke verklaring van de persoon ten grondslag en staat toe dat die ook bij Turkse vertegenwoordigingen in het buitenland wordt afgelegd, art. 51 eist melding van wijzigingen binnen twintig werkdagen, en art. 52 draagt overheidsinstanties op zich te baseren op de centraal bewaarde adresgegevens. Een Turks adres dat in de terugblikjaren in het register stond, maakt u niet tot inwoner, maar geeft het kantoor reden om te vragen, en het antwoord moet uit documenten komen: Nederlandse uittreksels uit de BRP, Nederlandse aanslagen, arbeidscontracten, schoolverklaringen van de kinderen.
U kunt de toekomst beïnvloeden, niet het verleden. Wie nog in Nederland woont, laat vóór het plannen van de terugkeer het adres in het Turkse register via het consulaat wijzigen in het buitenlandse adres. Zo verdwijnt een tegenstrijdigheid uit de jaren die later worden onderzocht.
Belastingplicht: welke Turkse inkomsten schaden en welke niet
De tweede helft van de voorwaarde is het ontbreken van een Turkse belastingplicht. De wet zondert drie soorten inkomen uit: een belastingplicht alleen uit Turkse huurinkomsten, inkomsten uit vermogen of vermogenswinst verhindert de verklaring niet. Die uitzondering past goed bij terugkeerders, want velen hebben in Turkije een verhuurde woning.
| Turkse inkomsten in de terugblikjaren | Gevolg voor de verklaring |
|---|---|
| Aangegeven huur van een woning in Turkije (voorbeeld 5) | Schaadt niet |
| Rente op Turkse deposito's met bronheffing | Inkomsten uit vermogen; schaadt niet |
| Dividend van Turkse aandelen, winst op verkoop van Turks vastgoed | Inkomsten uit vermogen en vermogenswinst; schaden niet |
| Loon van een Turkse werkgever, ook maar één baan met inhouding (voorbeeld 6) | Schaadt |
| In Turkije aangemelde ondernemingswinst (voorbeeld 7) | Schaadt |
| In Turkije gefactureerde honoraria voor beroepswerk | Belastingplicht buiten de uitzondering; ik zou die als schadelijk behandelen |
Voorbeeld 6 verrast terugkeerders het meest. De persoon daarin ontving in een van de terugblikjaren loon van één Turkse werkgever met inhouding. De circulaire beschouwt dat als belastingplicht en weigert. Een zomercontract, een semester lesgeven, een paar maanden op een Turkse loonlijst tijdens familiebezoek: elk daarvan kan de deur drie jaar sluiten.
Turkse staatsburgers die voor Turkse werkgevers in het buitenland werken
Art. 3 onder 2 bevat een regel waarvan de meeste terugkeerders nooit hebben gehoord. Turkse staatsburgers die in het buitenland wonen omdat zij werken voor Turkse overheidsinstanties of voor organisaties met hoofdzetel in Turkije, worden in Turkije belast op hun wereldinkomen, alsof ze inwoner zijn, tenzij ze op hun woonplaats over dat inkomen aan inkomstenbelasting of een vergelijkbare belasting zijn onderworpen.
Een medewerker van een consulaat, van het Amsterdamse filiaal van een Turkse bank of de uitvoerder van een Turks bouwbedrijf in de Golf kan dus precies in de jaren die hij als "buitenlandjaren" ziet, in Turkije onbeperkt belastingplichtig zijn geweest. Circulaire nr. 333 behandelt deze groep niet. Volgens de tekst van art. 20/D is een Turkse belastingplicht in de terugblikjaren een Turkse belastingplicht, op welke grond ook, en ik zou niemand in die situatie aanraden zonder schriftelijke analyse van de eigen jaren op de verklaring te rekenen.
Buitenlanders die al in Turkije woonden
Dezelfde rekensom geldt voor buitenlanders die met een Turkse verblijfsvergunning in Turkije woonden en vertrokken. In 2022 en 2023 verhuisden veel mensen uit Rusland, Oekraïne, Iran en elders naar Turkije, bleven een of twee jaar en trokken verder. Voor hen gaat het om het laatste kalenderjaar van vestiging onder art. 4; de tabel hierboven geeft het vroegste terugkeerjaar.
Drie punten gelden alleen voor buitenlanders. Ten eerste bewijst of weerlegt een verblijfsvergunning de vestiging niet; de fiscale toets is woonplaats of meer dan zes maanden in een kalenderjaar. Ten tweede kan art. 5 volgens zijn tekst een buitenlander helpen die alleen voor studie of behandeling in Turkije verbleef: zo'n verblijf is geen vestiging en zou geen terugblikjaar moeten verbruiken, al verwacht ik dat het kantoor een in die tijd ingeschreven Turks adres nauwkeurig bekijkt. Ten derde kan een buitenlander die in die jaren vanuit Turkije op afstand voor een buitenlandse werkgever werkte, een nooit geregistreerde Turkse belastingplicht hebben; volgens art. 7 lid 3 is loon Turks als het werk in Turkije wordt verricht. Een later ontdekte, niet aangemelde belastingplicht is precies de situatie van voorbeeld 12, waarin de verklaring tot de vestigingsdatum terug wordt ingetrokken.
Wat de vrijstelling de terugkeerder geeft en wat niet
Voor een terugkeerder die aan de voorwaarden voldoet, werkt de vrijstelling als voor iedereen. Huur van de woning in Utrecht, dividend uit een Nederlandse beleggingsrekening, rente op een Nederlandse spaarrekening en winst op verkoop van buitenlands vastgoed zijn twintig jaar lang in Turkije vrijgesteld van inkomstenbelasting en worden daar niet aangegeven.
Twee punten zijn voor terugkeerders bijzonder. Pensioenen van buitenlandse socialezekerheidsinstellingen, zoals de AOW van de SVB, waren in Turkije al vóór 2026 vrijgesteld onder art. 23 lid 1 onder 13; voor veel gepensioneerden voegt de nieuwe vrijstelling op die post minder toe dan verwacht en op al het andere meer. En inkomen uit Turkije blijft belast: huur van de Turkse woning, Turks dividend met 15 % bronheffing en loon of honorarium voor werk in Turkije, zoals voorbeelden 9 tot en met 11 laten zien.
Over Nederland zegt de vrijstelling niets. Of Nederland na uw vertrek uw pensioen, huur of vermogen blijft belasten, bepalen het Nederlandse recht en het verdrag met Turkije. Dezelfde persoon kan volgens art. 4 in Turkije gevestigd zijn en volgens Nederlands recht toch binnenlands belastingplichtig blijven, bijvoorbeeld als hij zijn woning in Nederland aanhoudt; belastingverdragen lossen dat conflict op met eigen regels.
Een volgorde voor een geplande terugkeer
- Reconstrueer de laatste drie kalenderjaren vóór het geplande terugkeerjaar: Turkse adressen in het register, een eventueel Turks fiscaal nummer, Turks loon, honoraria of onderneming, uitzending door een Turkse werkgever.
- Is een jaar in het venster problematisch, verschuif dan het terugkeerjaar, niet de feiten. De tabel hierboven toont het vroegste werkende jaar.
- Laat nog vanuit het buitenland het adres in het Turkse register via het consulaat wijzigen in uw buitenlandse adres, zodat het register aansluit bij de jaren die later worden onderzocht.
- Vestig in het terugkeerjaar een gedocumenteerde woonplaats, schrijf het adres in en dien het verzoek om de verklaring vóór 31 december in bij het kantoor van uw woonplaats, bij terugkeer in november of december vóór eind februari.
- Houd Turks en buitenlands inkomen vanaf de eerste dag gescheiden, want alleen het buitenlandse deel valt uit uw aangifte.
Aan wiens kant wij staan en hoe wij betaald worden
Een terugkeer wordt vaak geregeld door partijen die eraan verdienen: de ontwikkelaar van de nieuwe woning, de verhuisdienst, de bank die het overgemaakte spaargeld beheert. Wij nemen van geen van hen commissie, in geen enkele vorm en in geen enkel dossier. Onze enige inkomst uit uw zaak is het honorarium dat u betaalt, en het stijgt niet als u dit jaar in plaats van over drie jaar terugkeert. Daarom kunnen wij u zeggen dat uw terugkeerjaar moet schuiven, zonder enige reden om iets anders te zeggen.
Wij zijn advocaten, geen vergunninghoudende beleggingsadviseurs en geen Nederlandse belastingadviseurs. Wij geven geen persoonlijk beleggingsadvies over financiële instrumenten en adviseren niet over het Nederlandse belastingrecht. Wij onderzoeken uw Turkse verleden, zetten de Turkse feiten recht die nog te veranderen zijn en bereiden het dossier voor de verklaring voor.
Voordat u de verhuizing boekt
Stuur ons de lijst van uw Turkse adressen, fiscale nummers, Turkse inkomsten en Turkse werkgevers van de laatste vijf kalenderjaren. Wij zeggen u schriftelijk welk terugkeerjaar de twintigjarige vrijstelling openhoudt en wat er tot dan moet gebeuren. Ons Turkse fiscale werk staat op de pagina internationale belasting, ons werk rond nalatenschap en gezinsvermogen op vermogensbeheer en opvolging. Waar de vrijstelling in de wet staat, laat wet 7582 artikel voor artikel zien; vragen over pensioen komen ook aan bod in met pensioen in Turkije.
Wat deze pagina niet regelt
Ze regelt niet hoe een jaar telt waarin de Turkse woonplaats vroeg in het jaar werd opgegeven; voorbeeld 4 betreft alleen vertrek in november. Ze regelt niet of de onbeperkte belastingplicht van art. 3 onder 2 voor uitgezonden Turkse staatsburgers als Turkse belastingplicht in de zin van art. 20/D geldt, omdat de circulaire erover zwijgt. Ze regelt niet hoe Nederland of een ander land u na vertrek belast.




