Juridische updates

Wat de Montenegrijnse politie over u bijhoudt: het recht dat op 17 maart 2027 opengaat en het venster dat dicht blijft

De nieuwe wet 132/2026 over gegevens van de Montenegrijnse politie: inzagerecht, weigering zonder motief en doorgifte naar het buitenland.

Rohat Kahraman· 12 september 2026· 8 min leestijdBijgewerkt · 12 september 2026
Wat de Montenegrijnse politie over u bijhoudt: het recht dat op 17 maart 2027 opengaat en het venster dat dicht blijft

Stand per 12 september 2026. Status: Aangenomen, nog niet in werking. Regeling: Zakon o zaštiti podataka o ličnosti koje obrađuju nadležni organi u svrhu sprečavanja, istraživanja, otkrivanja ili gonjenja krivičnih djela ili izvršenja krivičnih sankcija (wet inzake de bescherming van persoonsgegevens die door bevoegde autoriteiten worden verwerkt met het oog op voorkoming, onderzoek, opsporing of vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen), „Sl. list CG" 132/2026, akte 2261; op 4 september 2026 aangenomen door de Skupština (EPA 1165 XXVIII), afkondigingsbesluit van 8 september 2026, bekendmaking op 9 september 2026. Zestig artikelen, een zelfstandige wet en geen wijziging. Zij treedt in werking op de achtste dag na bekendmaking, dus op 17 september 2026, en is van toepassing zes maanden daarna, vanaf 17 maart 2027 (art. 60).

De vraag bereikt ons steeds in dezelfde vorm. Is er een registratie over mij aangelegd, wat staat erin en naar wie is een afschrift gegaan. Tot nu toe hadden die vragen op strafrechtelijk terrein geen geschreven adressaat. De nieuwe wet wijst er een aan — en dezelfde tekst somt op wanneer het antwoord uitblijft. Beide helften worden samen gelezen.

Wat de tekst zegt

De wet scheidt de verwerking door politie en openbaar ministerie van het algemene regime voor gegevensbescherming. Adressaten zijn de nadležni organi: de autoriteiten die bevoegd zijn voor voorkoming, onderzoek, opsporing of vervolging van strafbare feiten of voor de tenuitvoerlegging van straffen, met inbegrip van de bescherming tegen bedreigingen van de openbare veiligheid, en elk ander lichaam waaraan de wet daartoe openbaar gezag heeft opgedragen (art. 5, punt 8). Het territoriale criterium hangt aan de autoriteit, niet aan de server: is de autoriteit in Montenegro gevestigd, dan doet niet ter zake of de verwerking op Montenegrijns grondgebied plaatsvindt (art. 3).

Het inzagerecht staat in artikel 16. U kunt bevestiging vragen of gegevens over u worden verwerkt en, zo ja, de gegevens zelf plus zeven onderdelen: doel en rechtsgrondslag, categorieën gegevens, ontvangers aan wie de gegevens zijn verstrekt — de tekst zegt hier „in het bijzonder ontvangers in andere staten of internationale organisaties" —, bewaartermijn of de criteria daarvoor, uw recht om rectificatie, wissing of beperking te vragen, het klachtrecht bij de toezichthoudende autoriteit en alle beschikbare informatie over de herkomst van de gegevens. Het antwoord wordt in de regel gegeven in de vorm waarin het verzoek is ingediend en kosteloos, en genomen maatregelen worden schriftelijk meegedeeld (art. 14). De bewijslast dat een verzoek kennelijk ongegrond of buitensporig is, ligt bij de autoriteit (art. 14, lid 7).

De grens staat in artikel 17. Inzage kan geheel of gedeeltelijk worden beperkt op de vijf gronden van artikel 15, lid 3: voorkomen dat onderzoeken en verificaties worden belemmerd, voorkomen van schade aan vervolging of tenuitvoerlegging, openbare veiligheid, nationale veiligheid en de rechten en vrijheden van anderen. Een weigering moet schriftelijk zijn en met redenen omkleed — maar lid 4 van hetzelfde artikel ontslaat de autoriteit van het geven van redenen wanneer juist het meedelen daarvan een van die vijf doelen in gevaar zou brengen. Een antwoord van het type „wij kunnen het u niet zeggen en ook niet waarom" blijft daarmee binnen de tekst.

Wat u kunt vragenVandaagVanaf 17 maart 2027Artikel
Of er een registratie is en wat erin staatGeen schriftelijke procedureBevestiging, inzage en zeven onderdelenart. 16
Aan wie de gegevens zijn verstrektOntvangers, in het bijzonder in het buitenlandart. 16, punt 3
Redenen van de weigeringSchriftelijk; redenen mogen op vijf gronden achterwege blijvenart. 17, leden 1-4
Wat te doen bij weigeringUitoefening van het recht via de toezichthoudende autoriteitart. 19
KlachtDe toezichthouder bericht binnen uiterlijk 90 dagenart. 53, lid 2
StilzwijgenNa 90 dagen staat de bestuursrechtelijke weg openart. 54
Wie het dossier heeft ingezienInzage, verstrekking en doorgifte worden gelogd met beide identiteitenart. 27

Artikel 19 is het scharnier van de hele wet. Antwoordt de autoriteit u niet rechtstreeks, dan verdwijnt het recht niet maar wisselt het van hand: u oefent het uit via de toezichthoudende autoriteit, die in uw plaats controleert en u ten minste moet meedelen dat zij de nodige verificaties of het toezicht heeft verricht, en u wijst op de rechtsgang. Het dossier ziet u niet. U verneemt dat iemand onafhankelijks het heeft gezien. Op het bestaan van deze weg moet de verwerkende autoriteit u uit eigen beweging wijzen (art. 19, lid 2).

Hoofdstuk vijf regelt het vertrek van gegevens uit het land en voor een buitenlandse lezer is dat het hardste deel. De hoofdregel verlangt vier voorwaarden tegelijk: de doorgifte moet noodzakelijk zijn voor de doelen van artikel 1, de ontvanger moet in de andere staat een voor die doelen bevoegde openbare autoriteit zijn, zijn de gegevens uit een lidstaat van de Europese Unie ontvangen dan vergt verdere doorgifte buiten de Unie diens voorafgaande toestemming, en een van de grondslagen van de artikelen 38, 39 of 40 moet aanwezig zijn (art. 37). Artikel 41 bouwt de uitzondering. In individuele en bijzondere gevallen, waarin de autoriteit oordeelt dat de weg via de bevoegde autoriteit van de derde staat niet doeltreffend zou zijn wegens vertraging of omdat rechten niet kunnen worden uitgeoefend, mogen de gegevens rechtstreeks naar een daar gevestigde private ontvanger. Vijf voorwaarden gelden samen en de doorgifte wordt gedocumenteerd. Artikel 40, lid 2 trekt de andere kant op: in individuele gevallen gaan de gegevens niet mee als de grondrechten en fundamentele vrijheden van de betrokkene zwaarder wegen dan het openbaar belang.

Wat de tekst niet zegt

In deze wet staat geen boetebedrag. Artikel 58 verwijst aansprakelijkheid en straffen naar „de wet die de bescherming van persoonsgegevens regelt, die van toepassing is vanaf de dag waarop deze wet van toepassing wordt". In dezelfde zitting, op 4 september 2026, nam de Skupština ook de algemene wet inzake de bescherming van persoonsgegevens aan; het afkondigingsbesluit daarvan is op 8 september 2026 getekend (EPA 1164, 106 artikelen). Per 12 september 2026 is het laatste nummer van het staatsblad 132/2026 en die algemene wet staat er niet in. Omdat zij niet is bekendgemaakt, kunnen ook haar eigen termijnen niet worden berekend. Wij kunnen dus niet laten zien welk sanctieregime op 17 maart 2027 zal draaien.

De tweede leemte is artikel 20. Staan de gegevens in een rechterlijke beslissing of in het dossier van verificaties, een onderzoek of een strafprocedure, dan worden de rechten van de artikelen 15, 16 en 18 uitgeoefend „overeenkomstig bijzondere voorschriften", dus volgens het wetboek van strafvordering. Welke regeling voorgaat wanneer de antwoorden uiteenlopen, staat er niet. Ten derde opent artikel 19 de weg via de toezichthouder zonder daarvoor een termijn te stellen; de enige in de wet geschreven termijn is de 90 dagen van artikel 53.

Nog één opmerking. Een voetnoot die naar een richtlijn van de Europese Unie verwijst, hebben wij in deze tekst niet gevonden, en in hetzelfde nummer dragen vier wetten het harmonisatieteken in de titel terwijl deze het niet draagt. Daarom schrijven wij niet dat de wet een bepaalde richtlijn omzet. Wij schrijven wat erin staat.

Onze lezing

Vanaf 17 maart 2027 zouden wij het verzoek schriftelijk doen en artikel 16 uitdrukkelijk noemen: omdat de vorm van het antwoord de vorm van het verzoek volgt (art. 14, lid 2), trekt een schriftelijk verzoek een schriftelijk antwoord. Komt er een weigering, vraag dan twee dingen: een schriftelijk afschrift van het besluit en dat de op grond van artikel 17, lid 6 vastgelegde feitelijke en juridische gronden aan de toezichthoudende autoriteit worden verstrekt. Ook als de redenen u worden onthouden, bestaat die vastlegging bij de autoriteit en kan de toezichthouder haar opvragen.

Aan de ondernemingskant is artikel 27 de bepaling waarmee gewerkt wordt. Wie heeft ingezien, wanneer, en naar wie een afschrift ging: het antwoord staat in de logbestanden, en om onderzoek daarvan vraagt u de toezichthoudende autoriteit. Tot die datum verandert de praktische route niet: staat uw naam in een dossier, dan loopt toegang via het strafprocesrecht en via de raadsman, niet via het gegevensbeschermingsrecht.

Wat niet verandert

Tot 17 maart 2027 ontstaat er op het terrein van politiegegevens geen schriftelijke inzageprocedure; tot dan geldt de algemene wet inzake de bescherming van persoonsgegevens uit 2008. Inzage in het strafdossier loopt nog steeds via het wetboek van strafvordering en niet via deze wet (art. 20). De verklaring omtrent het strafregister (uvjerenje o nekažnjavanju) is een aparte procedure en wordt hier niet geregeld. Ook de reikwijdte groeit niet: adressaten zijn de autoriteiten die verwerken voor de doelen van artikel 1, zodat verwerking door een werkgever of een bank geen onderwerp van deze tekst is. Drie bepalingen — art. 11, leden 2 en 3, art. 32, lid 7 en art. 50 — gaan ook op 17 maart 2027 niet gelden; de wet houdt ze aan tot de dag waarop Montenegro tot de Europese Unie toetreedt (art. 59).

Hoe u dit controleert

De officiële tekst staat op de site van het staatsblad: sluzbenilist.me/propisi/397967. Het aktenummer linksboven op de eerste zetpagina is 2261 en de tekst beslaat 20 zetpagina's. Het volledige nummer staat in de inhoudsopgave van 132/2026, waar als datum van bekendmaking 9 september 2026 vermeld staat. Te zoeken bepalingen zijn de artikelen 16 (inzage), 17 (beperking), 19 (via de toezichthouder), 27 (logbestanden), 37 tot en met 41 (doorgifte), 53 en 54 (klacht en beroep) en 59 en 60 (uitgestelde toepassing en inwerkingtreding). Het parlementaire dossiernummer is 23-3/26-13, EPA 1165 XXVIII; dat van het besluit 01-009/26-1566/2.

De wijziging van het wetboek van strafvordering uit hetzelfde nummer, dus de rechten van de aangehouden buitenlander, hebben wij beschreven in onze notitie over de regels die vanaf 17 september gelden. Zodra de algemene wet haar nummer in het staatsblad krijgt, leggen wij dat vast op de pagina Juridische updates.

Juridische basis

  • Zakon o zaštiti podataka o ličnosti koje obrađuju nadležni organi u svrhu sprečavanja, istraživanja, otkrivanja ili gonjenja krivičnih djela ili izvršenja krivičnih sankcijačl. 3, 5, 6, 8, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 27, 32, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 53, 54, 56, 58, 59, 60Sl. list CG 132/2026, 09.09.2026 (akt 2261)Officiële tekst
  • Službeni list Crne Gore, broj 132/2026sadržaj brojaSl. list CG 132/2026, 09.09.2026Officiële tekst
  • Ukaz o proglašenju zakona (EPA 1165 XXVIII) — Skupština Crne Gore, 28. sazivbroj 01-009/26-1566/2 · akt 23-3/26-13/10Skupština Crne Gore, 04.09.2026 · ukaz 08.09.2026Officiële tekst

Veelgestelde vragen

Kan ik vandaag de Montenegrijnse politie schriftelijk vragen wat er over mij is vastgelegd?

Op grond van deze wet niet. Zij treedt op 17 september 2026 in werking maar is pas vanaf 17 maart 2027 van toepassing (art. 60). Tot dan werkt de procedure van artikel 16 niet.

Krijg ik bij een afwijzing de reden te horen?

In de regel wel: de weigering is schriftelijk en met redenen omkleed (art. 17, lid 1). De uitzondering is ruim. Zou het meedelen van de redenen een onderzoek, de openbare of nationale veiligheid of de rechten van anderen in gevaar brengen, dan hoeft de autoriteit ze niet te geven (art. 17, lid 4). Ook dan wijst zij u op de klacht en de rechtsgang (art. 17, lid 5) en legt zij de feitelijke en juridische gronden vast, die zij op verzoek aan de toezichthouder verstrekt (art. 17, lid 6).

Kunnen mijn gegevens uit Montenegro naar de politie van mijn eigen land gaan?

De tekst zet dit neer als een lijst voorwaarden en niet als een verbod. Op de hoofdroute moet de ontvanger in die staat een voor dezelfde doelen bevoegde openbare autoriteit zijn (art. 37, lid 1, punt 2). Zijn de gegevens uit een lidstaat van de Europese Unie ontvangen, dan vergt verdere doorgifte buiten de Unie diens voorafgaande toestemming (art. 37, lid 1, punt 3). Ontbreekt een adequaatheidsbesluit, dan gelden waarborgen uit een juridisch bindend instrument of de eigen beoordeling van de autoriteit, en de doorgifte wordt gedocumenteerd (art. 39).

Kunnen gegevens naar iemand die geen staatsorgaan is?

Artikel 41 laat dat uitsluitend toe in individuele en bijzondere gevallen. Vijf voorwaarden gelden samen; een daarvan is het oordeel dat doorgifte aan de bevoegde autoriteit van die staat niet doeltreffend zou zijn wegens vertraging of omdat rechten niet kunnen worden uitgeoefend. De ontvanger wordt meegedeeld met welk doel hij de gegevens mag verwerken, en de toezichthouder wordt geïnformeerd over verrichte doorgiften.

Wat gebeurt er als niemand op mijn klacht reageert?

De toezichthoudende autoriteit moet u binnen uiterlijk 90 dagen informeren over het verloop van de procedure en over de beslissing (art. 53, lid 2). Blijft die informatie binnen die termijn uit, dan opent dat op zichzelf de bestuursrechtelijke weg (art. 54). De klacht kan namens u ook worden ingediend door een rechtspersoon zonder winstoogmerk die actief is in de gegevensbescherming (art. 56).

Blijft er een spoor van wie mijn dossier heeft geopend?

In geautomatiseerde systemen wel. Artikel 27 verlangt logging van verzameling, wijziging, inzage, verstrekking, doorgifte, koppeling en wissing, en de vastlegging bevat de motivering van de handeling, datum en tijd, de identiteit van degene die de gegevens heeft ingezien, ingevoerd, gewijzigd of verstrekt, en de identiteit van de ontvanger. Die logbestanden gaan op verzoek naar de toezichthoudende autoriteit.