Peildatum: 19 september 2026. Status: In behandeling (ontwerp). Instrument: zes Predlog zakona die de regering van Montenegro op haar telefonische zitting van 17 september 2026 heeft vastgesteld — wijzigingen van de Zakon o doprinosima za obavezno socijalno osiguranje (premiewet), de Zakon o radu (arbeidswet), de Zakon o porezu na dohodak fizičkih lica (inkomstenbelasting), de Zakon o porezu na dobit pravnih lica (winstbelasting), de Zakon o penzijskom i invalidskom osiguranju (pensioenwet) en de Zakon o finansiranju lokalne samouprave. Het slotartikel luidt in alle zes gelijk: inwerkingtreding op de achtste dag na bekendmaking en toepassing vanaf 1 januari 2027.
Sinds donderdagavond krijgen wij steeds dezelfde vraag: als de premies naar nul gaan, wordt personeel in Montenegro dan gratis? Nee. Het lange antwoord halen wij uit de teksten zelf en niet uit het persbericht — de gepubliceerde bestanden zijn scans en moesten bladzijde voor bladzijde worden gelezen.
Wat de tekst zegt
De premiewet kent drie tariefartikelen en het voorstel brengt elk daarvan terug tot één zin. Artikel 15 splitst de pensioenpremie vandaag in 0 % voor rekening van de werkgever en 10,0 % voor rekening van de verzekerde; de nieuwe formulering laat één percentage over, en dat is 0 %. Artikel 16 houdt de aanvullende premie voor verhoogd meetellende verzekeringstijd op 6, 9, 12, 18 of 28 %; ook die gaat naar 0 %. Artikel 18 verdeelt de werkloosheidsverzekering over 0,5 en 0,5 %; eveneens 0 %. Artikel 2 van dezelfde wet noemt slechts twee premies, en het artikel over het zorgpercentage was al geschrapt met nummer 145/21.
In de arbeidswet heeft de wijziging twee lagen. Artikel 101 lid 2 wordt herschreven: het netto minimum mag niet lager zijn dan 1.000 euro bij kwalificatieniveau I of II, 1.250 euro bij III of IV en 1.400 euro bij V en hoger. De geldende tekst kent twee treden: 600 euro tot niveau V en 800 euro vanaf niveau VI. Ook de grenzen schuiven, niet alleen de bedragen: niveau V valt vandaag in de lage groep en komt in het voorstel in de hoogste. De tweede laag is het nieuwe artikel 101a: een particuliere werkgever mag voor de functies van wie op 31 augustus 2026 bij hem in dienst was geen lager kwalificatieniveau opnemen en de functienaam, de taakomschrijving of de overeenkomst niet zo wijzigen dat de ondergrens daalt, zolang die werknemers hetzelfde of grotendeels hetzelfde werk blijven doen. Handelen in strijd met dat artikel heeft voor de vaststelling van het minimum «geen rechtsgevolg». Aan artikel 208 lid 1 worden twee onderdelen toegevoegd; de bandbreedte daar voor een rechtspersoon loopt van 2.000 tot 20.000 euro.
De inkomstenbelasting verliest één schijf: nu 0 % tot 700 euro, 9 % van 700,01 tot 1.000 en 15 % boven 1.000,01; het voorstel laat 0 % tot 700 en 9 % over het meerdere. De winstbelasting beweegt de andere kant op: artikel 28 lid 2 geeft nu 9 % tot 100.000 euro, dan 9.000 euro plus 12 % tot 1.500.000 en vervolgens 177.000 euro plus 15 %; het voorstel schrapt de middelste schijf en legt 15 % op elke euro boven 100.000.
| Post | Vandaag | Volgens het voorstel | Grondslag |
|---|---|---|---|
| Pensioenpremie | Werkgever 0 % · verzekerde 10 % | 0 % | Premiewet čl. 15 |
| Toeslag verhoogde tijd | Werkgever 6-28 % | 0 % | Premiewet čl. 16 |
| Werkloosheidsverzekering | 0,5 % + 0,5 % | 0 % | Premiewet čl. 18 |
| Bijdrage aan Fond rada | Werkgever 0,20 % | Niet in het pakket | Zakon o Fondu rada čl. 14 |
| Netto minimum per maand | 600 (tot V) · 800 (VI+) | 1.000 · 1.250 · 1.400 | Arbeidswet čl. 101 st. 2 |
| Belasting op loon | 0 % / 9 % / 15 % | 0 % / 9 % | Inkomsten čl. 10 st. 1 t. 1 |
| Winstbelasting | 9 % · 12 % · 15 % | 9 % · 15 % | Winst čl. 28 st. 2 |
De pensioenwijziging is het stille maar dragende deel. Waarop rust het pensioenrecht als niemand premie betaalt? In artikel 4a worden de woorden «duur van de inleg en hoogte van de grondslag waarover premie is betaald» vervangen door «duur van de verzekering en hoogte van de verzekeringsgrondslag». Uit artikel 22 lid 4 verdwijnt de eis van feitelijke betaling. Artikel 61 omschrijft verzekeringstijd als tijd in werk of in verzekering. Artikel 58 brengt de aanpassing van de pensioenwaarde van drie naar vier data per jaar: 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober.
Wat de tekst niet zegt
Het eerste en meest praktische punt: de werkgeverslast gaat niet naar nul. Artikel 14 van de Zakon o Fondu rada («Sl. list CG» nr. 080/20) houdt een afzonderlijke bijdrage van 0,20 % voor rekening van de werkgever, berekend over de grondslag van de werkloosheidsverzekering, en die wet zit niet in het pakket. Het voorstel zet het percentage van de werkloosheidsverzekering op nul, niet de grondslag. Dat is onze lezing van beide wetten samen; geen bepaling zegt het met zoveel woorden.
Ten tweede zet het voorstel percentages op nul zonder de machinerie te raken: premieplichtige, grondslag en de bereken- en betaalregeling van artikel 21 blijven staan. Wat er met de maandaangifte gebeurt, staat er niet.
Ten derde is het nog geen wet. Op de ochtend van 19 september 2026 staat geen van de zes voorstellen in het aktenregister van het parlement; de laatste vermelding daar is EPA 1199 van 17 september. De verklaring van de premier van die avond — 92 tot 97 cent die u houdt van elke euro, met een voorbeeld op 1.600 euro netto — is het verhaal van de regering en geen bepaling uit het voorstel.
Onze lezing
De beslissing die vandaag telt, gaat over artikel 101a. De bescherming is verankerd op 31 augustus 2026, dus vóór de aankondiging: functies nu herindelen helpt niet om de ondergrens laag te houden bij mensen die hetzelfde werk blijven doen. Het nieuwe artikel 218g beperkt die bescherming tot het jaar 2027.
Aan de vennootschapskant loont het om nu te rekenen: bij 200.000 euro belastbare winst is het verschil 3.000 euro per jaar, bij 1.500.000 euro is het 42.000. Boven 1.500.000 is het marginale percentage in beide gevallen 15 %, zodat het verschil precies 42.000 euro blijft.
Wat niet verandert
Vandaag is er niets veranderd. Op 19 september 2026 is de pensioenpremie van de verzekerde 10 %, de werkloosheidspremie 0,5 plus 0,5 %, het netto minimum 600 en 800 euro, loon boven 1.000,01 euro belast tegen 15 % en de middelste winstschijf 12 %. De drempels van 8.400 en 12.000 euro bij zelfstandige activiteit en de 15 % daarboven blijven ongemoeid. De 80 % op niet-aangegeven inkomen uit artikel 10a blijft. De vrijstelling voor digitale nomaden uit artikel 18d blijft. Verplichtingen rond verblijfs- en werkvergunningen en rond werknemersregistratie worden door dit pakket niet geraakt.
Zo controleert u
Het zittingsbesluit en de lijst van de zes documenten staan op gov.me: mededeling over de telefonische zitting van 17 september 2026. Elk voorstel is te downloaden via de link «Materijal» naast het agendapunt; dat over de premies staat op wapi.gov.me/download/7edeb39c-81cc-4468-bd62-6cfc5a36443c. Of de voorstellen het parlement hebben bereikt, ziet u in het register van akten in procedure; zoek op «porezu na dobit», «doprinosima» en «Zakona o radu».
Hebt u personeel in Montenegro, dan bestaat de begroting voor 2027 vanaf nu in twee versies; welke verplichtingen ongeacht de percentages hetzelfde blijven, staat op onze pagina over werkvergunningen en werving, en de volgende stappen in dit dossier houden wij bij in de rubriek Juridische updates.



